 |
Het ‘oranjegevoel’
16 feb 2007, #2) Lisanne Lejeune voor content@hgc.nl
Wij hebben een aantal HGC'ers bereid gevonden regelmatig en exculsief voor de rubriek "HGC'ers blikken terug" op www.hgc.nl, een artikel te schrijven. Ook geïnteresseerd wat er verder al is geschreven, klik dan hier. Veel leesplezier!
Het ‘oranjegevoel’
 Gelukkig, HGC is bij de dames weer vertegenwoordigd in het nationale team. Met de WK zaalhockey voor de deur is de vraag wat het ‘oranjegevoel’ eigenlijk inhoudt, wel leuk om eens bij stil te staan.
Wie keek niet afgelopen weekend naar het WK Allround schaatsen in Heerenveen? Need I say more, als het om een oranjegevoel gaat. Wat een waanzinnige sfeer, wat een waanzinnige prestaties. Je moet wel heel emotieloos zijn om hier geen natte ogen van te krijgen.
Het oranjegevoel is zo ondefinieerbaar als de sensatie van verliefdheid. Trots, saamhorigheid, spanning, feest en vreugde. Allen synoniem voor het oranjegevoel. Als Sven Kramer een wereldrecord rijdt, voelen wij mee met het ultieme genot van die prestatie. Wij hebben hem tenslotte voort geschreeuwd. Alsof ook wij een beetje kampioen zijn geworden.
Supporters zijn heel belangrijk voor de topsporter. Zij komen echter pas in beeld bij de eindprestatie. Ze zien niet wat een bloed, zweet en tranen vooraf gaat aan het einddoel. Uren trainen, uren afzien. Op de momenten dat jij je hond nog niet naar buiten stuurt, staan sporters de techniek te verfijnen, slaan ze de zoveelste corner, rennen ze het zoveelste duurloopje, trekken ze het zoveelste sprintje. Keer op keer weer, tot je er van droomt. Daar staan geen supporters in het oranje langs de kant. Daar ziet de gewone mens niks van, ze weten het vaak zelfs niet eens.
Voor een topsporter is er niets mooiers, er niets hogers te halen, dan uitkomen voor je eigen land. Geselecteerd worden bij de besten uit jouw discipline en jezelf mogen meten met de besten van andere landen. Neem van mij aan, een grotere kick bestaat niet. Zeker als je dan ook nog na al die trainingsuren het hoogste haalt, Europees kampioen wordt, Wereld- of Olympisch kampioen.
Maar op dat eindtoernooi komt de twijfel. Heb ik wel genoeg getraind, hoe staan we ten opzichte van de rest, zijn al die uren niet voor niets geweest? En hoe goed komt dan het oranjegevoel niet van pas. Daarmee kan de supporter het laatste duwtje geven. Want mocht de twijfel in jezelf zijn weggevallen, Nederlanders met oranje theemutsen op, geloven heilig dat ‘wij’ nooit verliezen. Wij zijn altijd beter dan de rest. En dat kan de topsporter vleugels geven. Het geloof van die oranje mensen in jou. Laat je dat bezit van je nemen, dan kan je niet meer stuk. Dan groeit je zelfvertrouwen. Dan blijf je ontspannen de techniek uitvoeren die je je in al die uren hebt aangeleerd. En win je, dan win nen wij toch allemaal een beetje.
Ook al is het wat chauvinistisch wat we doen, eigenlijk een vorm van overdreven vaderlandsliefde, zolang we af en toe de kans krijgen om ons als debielen uit te dossen, blijven we ons liefde voor ons land tonen. En als we zo meehelpen kampioenen voort te brengen, kan daar nooit iets mis mee zijn.
Tops(up)orter, Lisanne Lejeune
|
 |